Wat is het verschil tussen USB-C en USB-A?

Op vrijwel elke oplader en kabel kom je deze twee tegen. Ze zien er anders uit en kunnen ook iets heel anders.

Hoe je ze uit elkaar houdt

USB-A is de brede, rechthoekige stekker die je al jaren kent van usb-sticks. Hij past maar op één manier, en in de praktijk altijd pas bij de derde poging.

USB-C is kleiner, ovaal en symmetrisch. Je kunt hem omdraaien en hij past altijd.

Het echte verschil zit in het vermogen

Een USB-A-poort levert meestal 5 tot 12 watt. Genoeg om een telefoon 's nachts vol te krijgen, te weinig om snel te laden.

USB-C gaat veel verder. Met Power Delivery kan er 20, 65, 100 of zelfs 240 watt doorheen. Daarmee laad je niet alleen een telefoon snel op, maar ook een laptop.

Wat betekent dat voor jou?

  • Heb je een oplader met alleen USB-A-poorten, dan haal je nooit snelladen. Ongeacht de kabel.
  • Heeft je toestel USB-C maar je oplader alleen USB-A, dan werkt een USB-A naar USB-C kabel. Het laadt, maar traag.
  • Wil je het maximale uit je toestel halen, dan heb je aan beide kanten USB-C nodig: een USB-C snellader en een USB-C naar USB-C kabel.

Verdwijnt USB-A?

Langzaam wel. Sinds eind 2024 moeten nieuwe telefoons die in de EU worden verkocht een USB-C-aansluiting hebben. Veel nieuwe opladers hebben daarom alleen nog USB-C-poorten.

Toch is USB-A voorlopig niet weg. Auto's, hotelkamers, treinen en oudere randapparatuur zitten er vol mee. Eén USB-A naar USB-C kabel in je tas is daarom nog steeds handig.