Op reis wil je zo min mogelijk meeslepen, maar wel alles kunnen opladen. Met een paar keuzes vooraf scheelt dat een tas vol losse snoeren.
Eén oplader voor alles
In plaats van per apparaat een aparte lader neem je één oplader met meerdere poorten mee. Een GaN-lader is daarbij het overwegen waard: die levert veel vermogen in een klein formaat en wordt minder warm.
Let er wel op dat het vermogen wordt verdeeld zodra je meerdere apparaten aansluit.
Kabels: één per apparaat, plus een reserve
Neem één kabel per soort aansluiting. Heb je alles in USB-C, dan volstaan twee USB-C kabels. Een reservekabel weegt niets en redt je vakantie als er één breekt.
Een korte kabel is prettig voor gebruik in het vliegtuig of de trein, bij de stoelcontacten.
Powerbank in je handbagage
Een powerbank mag niet in de ruimbagage, alleen in je handbagage. Tot 100 Wh accepteren de meeste maatschappijen hem zonder toestemming. Een model van 10.000 mAh zit rond de 37 Wh, 20.000 mAh rond de 74 Wh. Bij grotere modellen check je de Wh-waarde op het label en de regels van je maatschappij.
Stopcontacten in het buitenland
Binnen de meeste Europese landen past onze stekker gewoon. Uitzonderingen zijn onder meer het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Zwitserland en Italië. Neem daar een verloopstekker mee.
Over spanning hoef je je geen zorgen te maken: vrijwel elke moderne oplader werkt op 100 tot 240 volt. Dat staat in kleine lettertjes op de behuizing.
Praktische pakhulp
- Bewaar kabels in één klein etui, niet los in je tas.
- Rol ze los op, zonder knoop.
- Laad je powerbank vol voor vertrek.